Binnen het mbo ontstaat regelmatig discussie over de beoordeling van examens. Een vraag die daarbij vaak terugkomt is: moet een student voor elk werkproces afzonderlijk een voldoende halen om te slagen voor een examen?
Veel docenten en examencommissies gaan ervan uit dat dit altijd zo is. Toch blijkt de werkelijkheid genuanceerder. In veel gevallen wordt namelijk niet door de wet, maar door het exameninstrument bepaald hoe de beoordeling precies plaatsvindt .
In dit artikel leggen we uit hoe dat zit, waar de regelgeving vandaan komt en waar je betrouwbare bronnen over dit onderwerp kunt vinden.
Waarom deze vraag zo vaak terugkomt
De mbo-kwalificatiestructuur is opgebouwd uit kerntaken en werkprocessen . Werkprocessen beschrijven concreet wat een beginnend beroepsbeoefenaar moet kunnen uitvoeren.
Omdat examens vaak per werkproces zijn ingericht, ontstaat al snel het idee dat elk werkproces afzonderlijk moet worden behaald.
In veel exameninstrumenten is dat inderdaad zo georganiseerd. Maar het is belangrijk om te beseffen dat dit een ontwerpkeuze van het exameninstrument is. Het is niet automatisch een wettelijke verplichting.
Daar ontstaat regelmatig verwarring. Docenten en beoordelaars zien hoe een specifiek exameninstrument werkt en trekken daaruit de conclusie dat dit voor alle mbo-examens geldt . In werkelijkheid kunnen verschillende exameninstrumenten juist verschillende beoordelingssystematieken gebruiken.
Wat de wet eigenlijk voorschrijft
De basis van de mbo-examinering ligt in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) . Deze wet stelt eisen aan de kwaliteit van examinering, zoals betrouwbaarheid, validiteit en transparantie.
De volledige wet is te vinden via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007625
Wat daarbij opvalt: de wet schrijft niet tot in detail voor hoe resultaten moeten worden berekend op het niveau van werkprocessen . Instellingen moeten zorgen voor een deugdelijk examenproces, maar hebben ruimte om zelf een beoordelingssystematiek te kiezen.
Dit betekent dat opleidingen – of leveranciers van exameninstrumenten – kunnen bepalen hoe verschillende onderdelen van een examen samen het eindresultaat vormen .
Keuzedelen leiden tot één eindresultaat
Voor keuzedelen is dit principe extra duidelijk. Volgens de regelgeving moeten keuzedelen worden geëxamineerd en leiden zij tot één eindwaardering .
Dat betekent dat een keuzedeel uiteindelijk één beoordeling oplevert, ook als het keuzedeel meerdere kerntaken of werkprocessen bevat.
Het Kennispunt Onderwijs en Examinering geeft hierover uitleg op: https://www.examineringmbo.nl
De manier waarop die eindwaardering tot stand komt, kan echter verschillen. Het exameninstrument bepaalt bijvoorbeeld:
- welke opdrachten worden beoordeeld
- hoe zwaar onderdelen meetellen
- of compensatie mogelijk is
- of alle onderdelen afzonderlijk voldoende moeten zijn
Het exameninstrument bepaalt de slaagregels
De sleutel tot het begrijpen van de beoordelingssystematiek ligt daarom in het exameninstrument . Daarin staat precies beschreven hoe de beoordeling plaatsvindt.
Een exameninstrument kan bijvoorbeeld bepalen dat:
- alle werkprocessen afzonderlijk voldoende moeten zijn
- bepaalde onderdelen zwaarder meewegen
- onderdelen onderling gecompenseerd mogen worden
- een integrale beoordeling plaatsvindt op kerntaakniveau
De mbo-raad beschrijft dit expliciet in een handreiking over het examineren van keuzedelen. Daarin staat dat examenontwikkelaars moeten vastleggen of onderdelen afzonderlijk voldoende moeten zijn of dat compensatie mogelijk is .
De handreiking is te vinden via: https://www.mboraad.nl/sites/default/files/2023-08/handreiking_keuzedelen_examineren_-_a._stappenplan_en_verantwoordingsdocument_keuzedeel_tot_examenplan.pdf
Deze handreiking maakt duidelijk dat er verschillende manieren zijn om een eindresultaat te bepalen , zolang deze systematiek vooraf duidelijk is vastgelegd.
Weging en compensatie in examens
Veel exameninstrumenten werken met een vorm van weging . Dat betekent dat bepaalde onderdelen zwaarder kunnen meetellen dan andere onderdelen.
Ook kan een exameninstrument bepalen dat onderdelen onderling gecompenseerd mogen worden . In dat geval kan een minder sterk resultaat op één onderdeel worden gecompenseerd door een sterker resultaat op een ander onderdeel.
Belangrijk is dat deze afspraken transparant en vooraf vastgelegd zijn. Studenten moeten namelijk weten hoe hun prestaties worden beoordeeld.
Het Kennispunt Onderwijs en Examinering benadrukt dat het exameninstrument leidend is bij de interpretatie van beoordelingsregels.
Meer informatie is te vinden op: https://www.examineringmbo.nl/themas/examens
Hoe dit in de praktijk kan verschillen
In de praktijk zie je verschillende vormen van beoordelingssystematiek.
Sommige exameninstrumenten kiezen ervoor om elk werkproces afzonderlijk te beoordelen en verplicht voldoende te laten zijn . Dit wordt vaak gedaan om duidelijkheid te creëren en te voorkomen dat belangrijke onderdelen worden gecompenseerd.
Andere instrumenten kiezen voor een integrale beoordeling op kerntaakniveau . Daarbij wordt gekeken naar het totale functioneren van de student binnen een beroepssituatie.
Weer andere instrumenten gebruiken een weging van opdrachten of beoordelingscriteria , waardoor verschillende onderdelen samen het eindresultaat bepalen.
Deze verschillen laten zien dat het niet mogelijk is om één algemene regel te formuleren voor alle mbo-examens.
Waarom duidelijke beoordelingsregels belangrijk zijn
Voor opleidingen en examencommissies is het belangrijk dat de beoordelingssystematiek helder en goed onderbouwd is.
Een goed exameninstrument beschrijft daarom altijd:
- welke onderdelen worden beoordeeld
- welke beoordelingscriteria worden gebruikt
- hoe de eindbeoordeling wordt berekend
- wanneer een student geslaagd is
Deze transparantie is essentieel voor de kwaliteit van examinering en voor het vertrouwen van studenten in het examenproces.
Hoe gaat Exalo hiermee om?
Bij de ontwikkeling van exameninstrumenten houdt Exalo rekening met het uitgangspunt dat de eindbeoordeling leidend is op het niveau van de kerntaak of het volledige examenonderdeel . In de meeste gevallen worden examens daarom zo ingericht dat de totale kerntaak integraal wordt beoordeeld . Dat sluit goed aan bij de beroepspraktijk, waarin verschillende werkprocessen vaak samenkomen in één beroepssituatie.
Tegelijkertijd begrijpen wij dat sommige opleidingen of examencommissies de voorkeur geven aan een beoordelingssystematiek waarbij werkprocessen afzonderlijk worden beoordeeld . Bijvoorbeeld omdat dit beter aansluit bij het eigen examenbeleid van de instelling.
Daarom kan Exalo – in overleg met de opleiding – ook exameninstrumenten leveren waarin per werkproces wordt beoordeeld . Op die manier blijft het exameninstrument aansluiten bij de beoordelingssystematiek die de opleiding wil hanteren.
Het is daarbij wel belangrijk dat deze keuze vooraf wordt afgestemd . Een aanpassing van de beoordelingssystematiek wordt namelijk gezien als een conceptuele wijziging van het exameninstrument . Dit betekent dat de wijziging moet plaatsvinden voordat het examen voor vaststelling wordt aangeboden aan de examencommissie .
Afstemming kan eenvoudig plaatsvinden, bijvoorbeeld per e-mail . Op basis van die afstemming kan Exalo het exameninstrument aanpassen zodat het aansluit bij de gewenste beoordelingswijze.
Houd er rekening mee dat bij dergelijke aanpassingen meerkosten in rekening kunnen worden gebracht , afhankelijk van de aard en omvang van de wijziging. Hierdoor blijft het mogelijk om examens zorgvuldig te ontwikkelen en te blijven voldoen aan de kwaliteitsstandaarden voor mbo-examinering.
Conclusie
De vraag of alle werkprocessen afzonderlijk voldoende moeten zijn, heeft geen algemeen antwoord dat voor alle mbo-examens geldt .
De wet schrijft voor dat examinering zorgvuldig moet worden ingericht en dat keuzedelen leiden tot één eindresultaat. Maar de manier waarop dat eindresultaat wordt bepaald, ligt vast in het exameninstrument .
Daarom is het altijd belangrijk om het exameninstrument en de beoordelingssystematiek te raadplegen. Alleen daar staat precies beschreven hoe onderdelen worden beoordeeld en wanneer een student geslaagd is.
Voor opleidingen betekent dit dat een duidelijke en transparante examenvormgeving essentieel is voor een goed functionerend examenproces.
