Kennisbank

Welk bewijs is geschikt voor een portfolio-assessment?

Selecteer bewijs op relevantie, herkomst en aansluiting op de exameneisen. Voor het mbo.

Selecteer bewijs op relevantie, herkomst en aansluiting op de exameneisen.

In het kort

Geschikt portfoliobewijs sluit aan op de examenopdracht, laat relevant eigen handelen of resultaat zien en is volgens de instructie toegestaan. Beoordeel niet op de hoeveelheid bestanden. Kijk naar herkomst, actualiteit en de mogelijkheid om het bewijs aan een criterium te verbinden. De formele eisen voor bewijs, bijvoorbeeld type en inlevervorm, verschillen per instrument.

  • Selecteer bewijs dat direct aansluit op de opdracht en een beoordelingscriterium.
  • Maak herkomst, datum en de persoonlijke bijdrage aan gezamenlijk werk duidelijk.
  • Een groot aantal bijlagen maakt een portfolio niet vanzelf sterker.
  • Controleer verplichte bewijssoorten en inlevervorm in het specifieke exameninstrument.

Wat moet het bewijs laten zien?

Begin met de vraag die het criterium stelt. Een bewijsstuk is bruikbaar als een beoordelaar eruit kan afleiden wat de student deed of opleverde. Een eindproduct kan een resultaat tonen; een logboek of toelichting kan iets over het proces laten zien. Geen enkel bestandstype is op zichzelf altijd sterker. De functie van het stuk telt. Vraag daarom bij elke bijlage: welk criterium helpt dit aantonen en welk concreet onderdeel van het stuk is daarvoor relevant? [1]

Bij een portfolio-examen ligt het accent op verzameld werk. De algemene vormpagina beschrijft dat uitgangspunt, maar het concrete examen bepaalt welke stukken verplicht zijn en hoe zij worden beoordeeld. Een portfolio met veel aantrekkelijke foto’s kan onvoldoende zijn als de handelingen of resultaten niet herkenbaar zijn. Een sober maar goed geordend verslag kan juist duidelijker bewijs bevatten. Vormgeving helpt de lezer, maar creëert geen inhoudelijk bewijs.

Herkomst en eigen bijdrage

Maak zichtbaar wie het stuk heeft gemaakt of welke rol de student bij gezamenlijk werk had. Een groepsproduct kan relevant zijn, maar individuele beoordeling vraagt zicht op individuele prestatie voor zover het instrument dat verlangt. Een korte begeleidende notitie kan verwijzen naar de eigen handeling en het betreffende fragment. Beschrijf die handeling concreet, zonder achteraf een groter aandeel te claimen dan het stuk ondersteunt.

Authenticiteit is meer dan de naam op een document. Een beoordelaar kan bij twijfel kijken of de samenhang tussen verschillende stukken, data, versies en toelichtingen klopt. Welke aanvullende controle is toegestaan, staat in de examenprocedure. Geef studenten daarom vooraf duidelijke informatie over het bewaren van oorspronkelijke versies en het vermelden van samenwerking. Daarmee verklein je misverstanden zonder een standaard controleprocedure te verzinnen die niet in het examen staat. [1]

Actualiteit en spreiding

Een oud stuk kan soms nog relevant zijn, maar dat hangt af van de opdracht. Kijk of het bewijs betrekking heeft op de gevraagde prestatie en de periode die het instrument noemt. Actualiteit is geen algemene vervaldatum voor alle portfoliostukken. Als eisen of werkwijzen veranderen, kan een ouder bewijsstuk minder zeggen over het huidige kunnen; dat oordeel moet op de concrete criteria worden gebaseerd.

Spreiding kan helpen om te laten zien dat een prestatie niet alleen in één toevallige situatie voorkwam. Toch is meer variatie niet automatisch beter. Een reeks vergelijkbare stukken kan overbodig zijn als ze niets nieuws tonen. Omgekeerd kan een enkel sterk stuk soms meerdere criteria ondersteunen. Maak een bewijsoverzicht waarin je per criterium de beste vindplaats noemt. Dat helpt de beoordelaar en maakt hiaten vroeg zichtbaar.

Maak het voor de beoordelaar navolgbaar

Gebruik herkenbare bestandsnamen, versienummers en paginaverwijzingen. Zet bij een bewijsstuk een korte uitleg van context, eigen rol en relatie met het criterium, voor zover de instructie zulke toelichtingen toestaat. Een beoordelaar moet het stuk kunnen openen en de relevante passage vinden. Controleer ook of links naar externe opslag toegankelijk blijven; een niet bereikbare bijlage kan tijdens de beoordeling weinig helpen.

Na selectie volgt de vraag hoe een beoordelaar het eindoordeel navolgbaar onderbouwt. Dat vergt een koppeling van criterium naar geraadpleegd stuk en naar de conclusie. Die koppeling begint dus al bij de organisatie van het portfolio. Stel vóór inlevering vast of verplichte onderdelen aanwezig zijn, maar verzin geen eigen punten voor compleetheid of variatie als die niet zijn voorgeschreven. Een praktische studentgerichte aanpak staat in een examenportfolio aanleggen.

Vier vragen bij ieder kandidaatstuk

Vraag voor een stuk wordt opgenomen: wat toont het precies, van wie is de prestatie, wanneer ontstond het en hoe vindt de beoordelaar het relevante deel? Als een antwoord ontbreekt, kan een korte contextnotitie helpen wanneer die volgens de instructie mag. Soms moet je juist een ander stuk kiezen. Een afbeelding van een voltooid resultaat kan bijvoorbeeld het product tonen, maar niet de stappen ernaartoe; een procesverslag kan de stappen tonen zonder het eindresultaat. Door de stukken naast de criteria te leggen, zie je welke combinatie nodig is. Dat is een inhoudelijke selectie, geen wedstrijd in het aantal bijlagen.

Bronnen

  1. Kennispunt Onderwijs & Examinering, Beoordelen bewijsstukken; Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021. Raadpleeg voor formele bewijsvereisten het actuele instrument.