Kennisbank

CRAAG gebruiken vóór je je portfolio inlevert

Controleer compleetheid, relevantie, actualiteit, authenticiteit en variatie zonder punten te veronderstellen. Praktische uitleg.

Controleer compleetheid, relevantie, actualiteit, authenticiteit en variatie zonder punten te veronderstellen.

In het kort

CRAAG kan helpen om portfoliobewijs te controleren op compleetheid, relevantie, actualiteit, authenticiteit en gevarieerdheid. Gebruik die vragen alleen als hulpmiddel binnen de eisen van jouw exameninstrument. De vijf woorden vormen geen universele puntenschaal, toelatingsregel of garantie op een voldoende. Controleer steeds wat de opdracht werkelijk van je vraagt.

  • CRAAG staat voor compleetheid, relevantie, actualiteit, authenticiteit en gevarieerdheid.
  • Gebruik de vijf vragen om hiaten en onduidelijke bewijsstukken vóór inlevering te vinden.
  • Controleer steeds of een stuk jouw eigen prestatie bij een criterium laat zien.
  • CRAAG is geen algemene puntenschaal; de exameninstructie bepaalt wat verplicht is.

Compleetheid: zijn de gevraagde onderdelen aanwezig?

Lees de opdracht en maak een lijst van verplichte stukken of prestaties. Vink niet alleen bestandsnamen af: controleer of de inhoud van elk stuk de gevraagde informatie bevat. Een map kan vijf documenten tellen en toch een vereiste verklaring missen. Andersom kan één document meerdere onderdelen bevatten als de instructie dat toestaat. Compleetheid gaat dus om de voorgeschreven inhoud, niet om een algemeen aantal pagina’s. [1]

Noteer onduidelijke eisen en vraag tijdig om uitleg via de school. Vul geen eigen eis in omdat een voorbeeldportfolio er anders uitziet. Bij een examenportfolio aanleggen begin je daarom met een overzicht van opdracht, criteria en vindplaatsen. Die wegwijzer is ook bij de laatste controle handig: lege vakken laten zien waar nog geen bewijs is gekoppeld.

Relevantie: toont het stuk het gevraagde?

Vraag bij iedere bijlage welk criterium ermee wordt ondersteund en welke passage dat laat zien. Een lange bijlage kan weinig relevant zijn als alleen een kleine alinea raakt aan de examenopdracht. Een kort stuk kan juist precies de handeling of het resultaat tonen dat nodig is. Schrap overbodige bestanden wanneer de instructie ruimte laat voor selectie; veel materiaal maakt het relevante bewijs moeilijker vindbaar.

Een stuk kan informatief zijn zonder formeel bewijs te zijn. Bijvoorbeeld een algemene achtergrondtekst die uitlegt waarover je werk ging. Beschrijf dan eerlijk welke rol het heeft. Verwissel context niet met jouw prestatie. De beoordelaar moet uiteindelijk kunnen zien wat jij deed of opleverde. Bij een portfolio-examen is die verbinding tussen stuk en criterium essentieel.

Actualiteit: past het bewijs bij de opdracht?

Bekijk of het stuk uit de periode komt die het exameninstrument noemt en of het de huidige gevraagde prestatie laat zien. Er bestaat geen algemene regel dat een bewijsstuk na een vast aantal maanden vervalt. Een ouder stuk kan geschikt zijn wanneer de opdracht dat toestaat; een recent stuk kan ongeschikt zijn als het niet relevant is. Datum is dus een aanwijzing, geen zelfstandig oordeel.

Controleer ook versies. Een oude versie van een document kan een ontwikkeling tonen, maar moet als zodanig herkenbaar zijn. Lever niet per ongeluk een concept aan waar een definitief resultaat wordt gevraagd. Als een wijziging belangrijk is voor jouw handelen, laat dan zien wat veranderde en waarom, binnen de ruimte die de opdracht geeft.

Authenticiteit: is duidelijk van wie het werk is?

Beschrijf je eigen bijdrage bij stukken die samen met anderen zijn gemaakt. Bewaar indien mogelijk de oorspronkelijke bestanden of versiegeschiedenis volgens de schoolafspraken. Een naam op een voorblad is geen volledig bewijs van een individuele handeling. Een concrete verwijzing naar jouw keuze, aanpassing of uitvoering helpt meer. Verzamel geen persoonsgegevens van anderen die de opdracht niet nodig heeft.

Een mondelinge toelichting kan soms helpen om herkomst te verduidelijken, maar vervangt niet automatisch een verplicht stuk. De instructie bepaalt hoe authenticiteit wordt gecontroleerd. Maak geen extra verklaringen of handtekeningen verplicht omdat je ergens een CRAAG-checklist hebt gezien. Het gaat om betrouwbaar, toegestaan bewijs binnen het gekozen examen.

Gevarieerdheid: voegen stukken iets toe?

Verschillende soorten bewijs kunnen verschillende kanten van een prestatie tonen: een resultaat, een beslismoment en een terugblik. Toch is variatie geen doel op zichzelf. Drie bijna gelijke documenten voegen mogelijk minder toe dan één helder stuk met context. Controleer of de stukken samen de criteria dekken zonder de beoordelaar te overladen. Alleen als het instrument spreiding expliciet vraagt, wordt die eis formeel beoordeeld. [1]

Gebruik CRAAG als laatste leesronde: wat ontbreekt, wat is niet relevant, wat heeft onduidelijke datum of herkomst, en wat herhaalt slechts? Schrijf je bevindingen naast de formele eisen en los ze op voor zover de inleverregels dat toestaan. Zo helpt de afkorting je kritisch te kijken, zonder dat je er een eigen examenreglement van maakt.

De afkorting als gesprek met jezelf

Stel na de vijf controles nog één vraag: kan een beoordelaar zonder jouw mondelinge uitleg begrijpen waarom dit stuk hier staat? Als het antwoord nee is, voeg waar toegestaan een korte contextzin of vindplaats toe. Als de opdracht juist een mondelinge toelichting voorschrijft, noteer voor jezelf wat je daar moet verduidelijken. Gebruik CRAAG dus niet als een lijst waarmee je een onvoldoende probeert te voorspellen. De afkorting helpt hiaten en onduidelijkheden zien, maar de formele beoordeling blijft bij het instrument en de beoordelaar. Een volledig ogend portfolio kan inhoudelijk nog tekortschieten.

Bronnen

  1. Kennispunt Onderwijs & Examinering, Beoordelen bewijsstukken; Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021. CRAAG is hier een voorwaardelijk hulpmiddel; de actuele exameninstructie bepaalt wat meetelt.