Kennisbank

Presentatie of CGI: wat schrijft het exameninstrument voor?

Lees de instructie voordat je de mondelinge variant en rollen vastlegt. Praktische uitleg.

Lees de instructie voordat je de mondelinge variant en rollen vastlegt.

In het kort

De woorden ‘presentatie’ en ‘CGI’ zeggen iets over de gespreksvorm, maar niet genoeg over het concrete examen. Lees eerst de productgebonden instructie: wie kiest de variant, welke bewijsstukken zijn nodig, wat krijgt de student vooraf, welke rol heeft de beoordelaar en op welke criteria wordt geoordeeld? Een alternatieve vorm uit een archief is niet automatisch een aangeboden variant bij ieder examen.

  • Controleer in de productdocumenten welke mondelinge variant werkelijk bij dit examen hoort.
  • Een presentatie vraagt een andere voorbereiding en rolverdeling dan een criteriumgericht interview.
  • Student en beoordelaar moeten vóór de afname dezelfde actuele instructie hebben.
  • Leg de gekozen variant vast; een algemene vormpagina maakt alternatieven niet automatisch beschikbaar.

Zoek de variant in de juiste documenten

Een productpagina kan meer dan één afnamevorm tonen. Controleer daarom welke servicedocumenten werkelijk bij het gekozen examen horen en of een variant in de opdracht is opgenomen. De algemene uitleg van Portfolio + Presentatie/CGI helpt om de namen te onderscheiden, maar vervangt het document voor het concrete product niet. De aanwezigheid van een afbeelding of algemene kennisbankpagina is evenmin toestemming om de afname te wijzigen.

Lees niet alleen de titel van het document. Zoek de passages over volgorde, voorbereiding, bewijs, duur, rolverdeling en beoordeling. Soms is een mondeling deel bedoeld om werk te presenteren, soms om op criteria door te vragen, en soms kent het instrument een keuze die de school vooraf moet vastleggen. Als de tekst daarover geen duidelijk antwoord geeft, leg de vraag vóór de planning voor aan de examenorganisatie of leverancier. Een improvisatie op de afnamedag is lastig voor student en beoordelaar.

Welke voorbereiding krijgt de student?

Een student moet weten welk werk wordt ingeleverd, welke documenten beschikbaar zijn en wat tijdens het mondelinge moment van hem of haar wordt gevraagd. Maak onderscheid tussen algemene voorbereiding en specifieke vragen. De student kan zich voorbereiden op het uitleggen van keuzes en bewijs, zonder dat alle vragen vooraf worden uitgeschreven. Bij een presentatie ligt het accent vaak op een eigen, gestructureerde toelichting; bij een criteriumgericht interview sturen vragen van de beoordelaar het gesprek. De precieze verhouding en criteria volgen uit het instrument. [1]

Gebruik een korte briefing in gewone taal: ‘Je levert deze stukken in, je krijgt deze opdracht, het mondelinge deel verloopt volgens deze variant, en op dit formulier staan de criteria.’ Controleer of de informatie die een student krijgt overeenkomt met de versie die de beoordelaar gebruikt. Oude presentatiesjablonen of instructies van een ander examen kunnen anders verwachtingen scheppen die het huidige instrument niet ondersteunt.

Welke rol heeft de beoordelaar?

Bij een presentatie bewaakt de beoordelaar de opdracht, tijd en beoordeling; eventuele vragen moeten passen bij wat is voorgeschreven. Bij een CGI maakt de beoordelaar een route van criteria naar relevante, open vragen en concrete portfoliostukken. Dat is iets anders dan een vrij gesprek over iemands persoonlijkheid. De beoordelaar noteert waar een antwoord op steunt en welke criteria ermee worden geraakt. Een tweede beoordelaar of observator krijgt alleen de rol die in de afnameafspraken is vastgelegd.

De variant beïnvloedt ook de ruimte voor doorvragen. Een student kan in een CGI een niet eerder beschreven afweging toelichten. Dat antwoord kan de interpretatie van bestaand bewijs helpen, maar het schept niet zomaar een nieuw vereist bewijsstuk. Voor beide vormen geldt: vermijd vragen buiten het beoordelingskader en voeg geen persoonlijke scorepunten toe voor spreekstijl, tenzij het instrument die vaardigheid expliciet beoordeelt. [1]

Leg de keuze vooraf vast

Noteer de gekozen variant bij de planning, op de studentinstructie en in de documenten voor de beoordelaar. Controleer vervolgens of ruimte, materialen en eventuele toegang tot het portfolio passend zijn. Een wijziging vlak voor de afname kan gevolgen hebben voor de voorbereiding. Volg bij zulke wijzigingen de procedure van de instelling en laat de betrokkenen dezelfde actuele instructie ontvangen.

Een nuttige laatste controle is: kan iedere betrokkene in één zin uitleggen wat er gebeurt, welk document daarbij hoort en hoe het resultaat wordt vastgelegd? Als dat niet lukt, is de route nog onvoldoende duidelijk. Voor de selectie van inhoudelijke gesprekspunten volgt hierop de vraag welke portfoliobewijzen je mondeling bespreekt. De beslissing over de variant blijft echter een aparte stap; je kunt een selectie van bewijs niet gebruiken om de vorm stilzwijgend om te zetten.

Controleer de communicatie met één proefvraag

Vraag vóór de afname aan een collega die de voorbereiding niet heeft gemaakt: ‘Welke variant krijgt deze student en waar staat dat?’ Als het antwoord niet direct uit de planning en documenten blijkt, kan ook de student verkeerde verwachtingen hebben. Controleer vervolgens of de student weet of hij een eigen presentatie voorbereidt, vragen over ingeleverd werk krijgt, of beide volgens de opdracht. Maak de uitleg concreet zonder de inhoudelijke vragen voor te zeggen. Controleer ten slotte of de beoordelaar de juiste versie en hetzelfde gekozen traject ziet. Deze kleine controle voorkomt dat verschillen in terminologie pas tijdens de afname aan het licht komen.

Bronnen

  1. Kennispunt Onderwijs & Examinering, Begrippenlijst Onderwijs & Examinering; Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021. Productspecifieke instructies en afspraken van de instelling zijn leidend voor de concrete afname.