In het kort
Goede vragen voor een criteriumgericht interview beginnen bij het beoordelingscriterium en eindigen bij concreet werk van de student. Formuleer open vragen die handelen, keuzes en resultaat zichtbaar maken. Gebruik het portfolio als aanknopingspunt, stel waar nodig neutrale vervolgvragen en noteer welk antwoord bij welk criterium hoort. Het exameninstrument bepaalt de reikwijdte van het gesprek.
- Vertaal ieder criterium naar informatie die in het portfolio nog verduidelijking vraagt.
- Formuleer één open, neutrale vraag tegelijk en begin bij een concreet bewijsstuk.
- Vraag door wanneer een antwoord de eigen handeling of keuze nog niet duidelijk maakt.
- Registreer het antwoord bij het criterium; gebruik geen ongeschreven extra beoordelingspunten.
Vertaal het criterium naar waarneembare informatie
Lees een criterium niet als een kant-en-klare interviewvraag. Bepaal eerst welke informatie een beoordelaar nodig heeft: een uitgevoerde handeling, een onderbouwde keuze, de betekenis van een resultaat of een reflectie als die is voorgeschreven. Zoek vervolgens in het ingeleverde werk naar een fragment dat hierover iets laat zien maar nog uitleg vraagt. Een vraag als ‘Wat was jouw afweging bij deze stap?’ is dan gerichter dan ‘Vertel eens iets over je portfolio’. De tweede vraag laat het onderwerp en het criterium te open. [1]
Maak vooraf een korte vragenmatrix met vier kolommen: criterium, bewijsstuk, startvraag en mogelijke vervolgvraag. Gebruik de matrix als geheugensteun, niet als script dat in vaste volgorde moet worden afgewerkt. Een student kan een criterium al overtuigend beantwoorden bij een eerdere vraag. Herhaling kost tijd en kan de indruk wekken dat het eerste antwoord niet telt. Omgekeerd kan een onverwacht antwoord juist een verduidelijkende vervolgvraag nodig maken.
Formuleer open en enkelvoudig
Vraag naar één punt tegelijk. ‘Welke informatie gebruikte je voor deze keuze?’ is duidelijker dan een vraag die tegelijk naar voorbereiding, uitvoering, resultaat en evaluatie vraagt. Gebruik gewone woorden die de student in de opdracht herkent. Een vraag mag uitdagen om een keuze te onderbouwen, maar moet het gewenste antwoord niet voorzeggen. Vermijd ook een hypothetische situatie die buiten de examenopdracht valt, tenzij het instrument die expliciet verlangt.
Bij een portfolio met CGI draait het gesprek om criteria en het eigen werk. De algemene afnamevorm zegt echter niets over een verplicht aantal vragen of vaste duur. Stem de selectie af op wat nog onduidelijk is en op de instructie voor dit examen. Een kort antwoord kan voldoende zijn wanneer het een criterium met bewijs ondersteunt; een lang verhaal kan juist zonder concreet bewijs blijven.
Vraag door op bewijs, niet op vermoedens
Een nuttige vervolgvraag verbindt een antwoord aan een vindplaats: ‘Waar zie ik dat terug?’, ‘Welk deel hiervan heb jij uitgevoerd?’ of ‘Wat veranderde na jouw beslissing?’ Noteer welk nieuw gegeven het antwoord oplevert. Zo voorkom je dat een interviewer steeds verder vraagt omdat een student niet de gewenste formulering gebruikt. De bedoeling is helderheid over het werk, niet het winnen van een debat.
Wees voorzichtig met gezamenlijke producten. Een document kan een groepsresultaat tonen, maar niet vanzelf de bijdrage van deze student. Doorvragen op de eigen bijdrage vraagt om een afzonderlijke aanpak: onderscheid rol, handeling en besluit, en kijk welke sporen daarvan in het werk staan. De mondelinge verklaring krijgt haar betekenis binnen de regels van het examen; zij vervangt niet automatisch een verplicht individueel bewijsstuk.
Registreer antwoorden zo dat het oordeel te volgen is
Schrijf niet alleen ‘goed antwoord’. Noteer kort welke handeling de student beschreef, op welk stuk dit betrekking had en welk criterium hiermee wordt ondersteund. Houd waarneming en oordeel gescheiden. De uiteindelijke score of kwalificatie volgt uit het beoordelingsmodel, niet uit de indruk dat een vraag soepel werd beantwoord. Spreek vooraf af hoe beoordelaars hun notities delen wanneer er meer dan één beoordelaar is. [1]
Bekijk na de afname welke vragen informatie opleverden en welke verwarring veroorzaakten. Gebruik die terugblik om de voorbereiding van volgende gesprekken te verbeteren, maar wijzig een lopende beoordeling niet met nieuwe criteria. Voor studenten kan het nuttig zijn te weten dat een CGI geen uit-het-hoofd-leertoets is; voorbereiden op een CGI betekent vooral het eigen werk kunnen uitleggen. Beoordelaars kunnen daar rekening mee houden door vragen in dezelfde concrete taal te stellen.
Controleer een vraag voordat je haar stelt
Gebruik drie korte toetsen voor elke geplande vraag. Ten eerste: bij welk criterium hoort deze vraag? Ten tweede: welk stuk of welke waarneming is het vertrekpunt? Ten derde: welke informatie kan het antwoord toevoegen? Als een van die antwoorden ontbreekt, formuleer de vraag opnieuw of laat haar weg. Neem bijvoorbeeld een passage met een beslissing: vraag welke afweging de student maakte, niet welke theorie hij in het algemeen kent als die theorie niet in de opdracht wordt getoetst. Zo blijft het interview herkenbaar verbonden met de prestatie en voorkom je dat persoonlijke nieuwsgierigheid een extra examenonderdeel wordt.
Bronnen
- Kennispunt Onderwijs & Examinering, Begrippenlijst Onderwijs & Examinering; Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021. Het actuele instrument bepaalt de criteria en afnameregels.

