Kennisbank

Wat als het portfolio sterk is maar de toelichting zwak?

Maak zichtbaar welk oordeel uit het bewijs volgt en welk uit de toelichting.

Maak zichtbaar welk oordeel uit het bewijs volgt en welk uit de toelichting.

In het kort

Een sterk portfolio en een zwakke mondelinge toelichting vormen geen rekenvraag met een algemene uitkomst. Maak eerst zichtbaar wat het schriftelijke of verzamelde bewijs aantoont, wat het gesprek moest vaststellen en welke criteria voor elk onderdeel gelden. Pas daarna kun je het beoordelingsvoorschrift toepassen. Een persoonlijke indruk van spreekvaardigheid mag een inhoudelijk oordeel niet ongemerkt vervangen.

  • Beschrijf afzonderlijk wat het portfolio aantoont en wat het mondelinge deel toevoegt.
  • Een zwakke formulering is niet automatisch een inhoudelijk onvoldoende antwoord.
  • Koppel ieder oordeel aan een criterium, een bewijsstuk of een feitelijk genoteerd antwoord.
  • Pas alleen de compensatie en beslisregels toe die in het exameninstrument staan.

Beschrijf de spanning precies

‘Sterk portfolio’ kan betekenen dat de stukken compleet zijn, dat de kwaliteit van het werk hoog lijkt of dat de student het eigen handelen overtuigend documenteert. ‘Zwak gesprek’ kan betekenen dat de student iets niet helder formuleert, een keuze niet kan verklaren of geen eigen bijdrage kan aanwijzen. Die situaties zijn niet gelijk. Leg vast welk criterium geraakt wordt en citeer of verwijs naar de relevante passage of waarneming. Zonder die precisie is niet duidelijk of er werkelijk een tegenstelling bestaat.

Bij Portfolio + Presentatie/CGI kan het mondelinge deel een eigen functie hebben. Het kan een presentatie van het verzamelde werk zijn of een criteriumgericht interview met vragen over het bewijs. Welke variant is gekozen en welke afzonderlijke eisen gelden, lees je in de productinstructie. Vraag dus niet achteraf of ‘het gesprek belangrijk genoeg voelde’. Vraag welke prestatie het instrument verlangt en welke waarneming daarbij hoort. [1]

Wat bewijst het portfolio op zichzelf?

Onderzoek eerst wat een buitenstaander uit de ingeleverde stukken kan afleiden. Is zichtbaar wat de student deed, welke keuzes werden gemaakt en wat het resultaat was? Een mooi opgemaakt document kan die informatie missen. Omgekeerd kan bescheiden vormgeving voldoende bewijs bevatten. Noteer concrete vindplaatsen: bestandsnaam, pagina of fragment. Als de herkomst van een stuk onduidelijk is, is dat een ander probleem dan zwakke mondelinge formulering.

Een portfolio kan ook gezamenlijke producten bevatten. Dan is een mondelinge toelichting mogelijk relevant voor de eigen bijdrage, maar alleen binnen de regels van het instrument. Een beoordelaar kan niet automatisch aannemen dat de student een beschreven groepshandeling zelf uitvoerde. Laat het antwoord aansluiten op de documentatie: wie nam welk besluit, welke taak voerde deze student uit, en wat in het stuk ondersteunt dat? [1]

Wat moest het mondelinge deel laten zien?

Bekijk vervolgens de criteria voor presentatie of gesprek. Ging het om inhoudelijke uitleg, het onderbouwen van keuzes, een aanvullende reflectie of ook expliciet om mondelinge communicatie? Een aarzelend antwoord is niet vanzelf onvoldoende. Een zelfverzekerd antwoord is evenmin vanzelf overtuigend. Noteer welke vraag is gesteld, wat de student antwoordde en welke inhoudelijke informatie daardoor wel of niet beschikbaar kwam.

Geef waar de instructie dat toestaat ruimte voor een neutrale vervolgvraag. ‘Kun je in dit fragment aanwijzen welke stap jij zette?’ is concreter dan ‘Weet je het wel zeker?’ De eerste vraag zoekt bewijs; de tweede stuurt naar een gewenst antwoord. Wanneer de student een keuze wel kan uitleggen maar de verplichte onderbouwing niet inlevert, moet je nagaan of het instrument mondelinge aanvulling toestaat. Een gespreksverslag is geen vrijbrief om de inleververeisten te herschrijven.

Pas de voorgeschreven beslissing toe

Zet bewijs per criterium op een rij en gebruik daarna de beoordelingsregels van het examen. Sommige onderdelen kunnen afzonderlijk meetellen; andere ondersteunen één oordeel. Er bestaat geen algemene compensatieregel waarbij goede portfoliostukken een onvoldoende gesprek opheffen, of andersom. Ook de cesuur, herkansing en de vraag of aanvullend bewijs mogelijk is, komen uit de examenstukken en de schoolprocedure. [1]

Leg in de registratie het verschil vast tussen observatie en conclusie. ‘Student noemde geen eigen afweging bij vraag over stuk B’ is controleerbaar; ‘student was onzeker’ is een indruk. Zo kan een tweede beoordelaar begrijpen waarom een criterium wel of niet is aangetoond. Als de onzekerheid vooral voortkomt uit onduidelijke voorbereiding, kijk dan voor volgende afnames opnieuw naar wat het exameninstrument over presentatie of CGI voorschrijft. Verander de actuele beoordeling niet op basis van een algemene webtekst.

Een voorbeeld van een zuivere notitie

Stel dat een portfoliofragment een keuze en resultaat goed beschrijft, maar de student tijdens het gesprek de eigen afweging niet kan toelichten. Noteer dan afzonderlijk welke informatie het stuk wél bevat en welke vraag onbeantwoord bleef. Kijk daarna of de afweging als zelfstandig criterium of als verduidelijking van het stuk geldt. Pas de voorgeschreven regel toe; schrijf niet ‘portfolio voldoende, gesprek onvoldoende, dus gemiddeld voldoende’. In een ander instrument kan dezelfde feitelijke situatie anders uitwerken. Een zorgvuldig verslag laat dat verschil toe, omdat het feiten bewaart zonder alvast een ongeschreven compensatieregel toe te passen.

Bronnen

  1. Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021; Kennispunt Onderwijs & Examinering, Begrippenlijst Onderwijs & Examinering. Het exameninstrument bepaalt de concrete criteria en beslisregels.